Tenerife. Sluit uw ogen en onthoudt de eerste drie woorden die bij u opkomen als u “Tenerife” hoort. Oudjes die gaan overwinteren. Massatoerisme. Blankenberge, maar dan op vier uur vliegen. Voor mij op de eerste plaats: de locatie op de wereld die mij zover kreeg mijn trots, mijn individualiteit, mijn centrale herkenningspunt en mijn maandelijks te kammen accesoire te verwijderen. Op Tenerife, en om op Tenerife te kunnen werken, werd mijn haar door een Belgische kapper afgeknipt. Eén minuut stilte. Lore vindt mijn look ‘veel beter’ nu. Het werk is werk, het geld stroomt rustig en gezapig binnen. Stress, dat wel. Achter jezelf aanlopen, constant papieren in orde moeten houden, papieren die als ze niet in orde zijn veel geld kosten, geld dat misschien uit je eigen zak komt, maar misschien ook niet. Werk in een land waar een reisleider al lang elk prestige verloren heeft. Waar het leven duurder en het loon schaarser is dan in om het even welk derdewereldland. Het stof is opgeklaard. Twee maand later heb ik het gevoel Tenerife gezien te hebben. Dan maar zelf wat stof doen opwaaien. Om het boeiend te houden gingen we afgelopen weekend – lees: onze vrije dag, woensdag – lekker off-roaden met onze fantastische Chevrolet Kalos. Nog meer stof nu woensdag, dan gaan we dezelfde weg verder verkennen met de fiets. 1500 meter bergaf over zo onverhard mogelijke wegen door de pijnboombossen, ik denk dat we er van zullen opkikkeren. Tenerife, dat soort dingen moet je doen om het boeiend te houden. De eerste twee maanden kan je je als volgt bezighouden: een citytrip of drie naar prachtige koloniale steden, net Zuid Amerika, maar dan zonder Derde Wereld-gevoel. Architectuur tip top, alles mooi gerenoveerd, klimaat naar keuze. Fris en bewolkt, zonnig en winderig of gewoon bloedheet. Wat je in dit werk hier absoluut leert, dat is spreken als een verkoper. Het enige nadeel is dat ik het niet kan laten mijzelf uit te te lachen als ik het mijzelf hoor doen. Desalniettemin is er hier nog wel meer om te verkopen. De westelijk punt. Vanop zee: eerst dolfijnen en walvissen spotten (als je ze niet ziet, krijg je je geld terug), en dan de kust benaderen. De kruising van New York en Jurasic Park? De kliffen van Los Gigantes: 15 kilometer hotelvrije kust, 500 meter recht omhoog uit de zee oprijzend. Over land: een ‘piratendorpje’ in een kloof van 1000 meter diep. De rest ongerept en vrij van toeristen. Een kronkelbaantje op een droge helling. Aan de andere kant kreupelwouden (denk aan “Asterix op Corsica”). Wandel een kwartiertje langs heuvels, helemaal in terassen gekapt gedurende eeuwen, nu verlaten en begraasd door een occasioneel geitje. Volgende heuvelrug: Dali-achtig mini-woestijntje, steeds bewolkt, steeds de wind uit dezelfde richting, althans zo getuigen de over de duinen wandelende struikjes. 10 minuten later, de volgende vallei: kilometers en kilometers bossen. Tien seconden later: aan het zicht onttrokken voor de komende weken door de immer voorbijglijdende wolken. Eén geïsoleerd dorpje, met typisch Zuid-Amerikaanse wagens (een Peugeot 505 voor de liefhebbers); alles wijst erop dat de tijd hier al 50 jaar zo stil staat als mogelijk is op 30 kilometer van een van de grootste toeristische centra van Europa. De noordoostelijke punt. De weg kronkelt over een bergrichel, duizend meter hoog. Aan de twee kanten zee in zicht. 5 kilometer naar rechts een “tropisch strand”: op irrigatie overlevende palbomen op een bedje van uit de Sahara geïmporteerd woestijnzand. 99 dagen op 100 volle zon. Een kilometer tunnel naar links verder, zicht op een zwart strand. Prachtige rotsen, schitterend licht, 99 dagen op 100 bewolkt. Mijn favoriete strand, de enige plaats op Tenerife waar ik tot dusver ging zwemmen. Mijn huis. 99 dagen op 100 hot and sunny. De ideale woonplaats voor hagedissen. En zatte Engelsen, en cucarachas. Mijn appartementhotel in Playa de las Americas. De Hel. Geen natuur, wegens nooit regen. Wat er was van landschap volkomen verkloot. De vuil blauwe hemel die je altijd krijgt bij de combinatie van woestijn en zee. Alle dagen enige uren siesta, uit noodzaak slapend doorgebracht. Constant van de weg geknikkerd worden omdat een fiets geen echt vervoermiddel is, althans niet in de ogen van de taxichauffeurs. Een plaats die mij na twee weken gedeprimeerd zou kunnen krijgen. Gelukkig betekent een wagen ook hier de vrijheid. Een uurtje en je bent in de bossen, een urenhalf en je bent op de maan. Een half uur en je bent aan het surfers- en kitersparadijs. Kiten: met een parachute-vlieger en een kleine surfplank over de zee racen. De combinatie van een golfje en de eeuwig sterke wind in El Medano zorgt ervoor dat een sprongetje alras 20 meter ver vliegen betekent. Tenerife, het heeft de “cool” van een reeds drie jaar overleden hond. Maar ook hier doen de toeristen waar ze het best in zijn: zich op de geëffende paden houden, en de rest aan de liefhebbers overlaten. Waarvoor dank. Tenerife, een verblijf van 9 dagen meer dan waard – van dinsdag tot donderdag, ziet u? Gratis tickets en gratis verblijf verkrijgbaar voor toeristen en liefhebbers alike. U bent welkom. Los Gigantes, en "onze" gigantische boot.
De omgeving van Teno...
Menselijke en natuurlijke tunnel (Lavastroom koelt af langs de buitenkant, maar binnenkant blijft warm en lopend, vormt een tunnel, die vervolgens leegloopt en zo achterblijft. Dit is een kort stukje, de langste is een kilometer of 20 lang)
Het Gomeraanse bos, zoals het eruitziet nadat je de halicunigone kikker (op het bananenblad, onder) hebt aangeraakt.
Off-roader bij uitstek, de Chevrolet Kalos.
De Teide, van verre en van dichte.

Wolkenlandschappen... 
Bos op Tenerife
Zon, zee, strand (maar gelukkig niet te veel zon).
City tripping
Tenerifiaans bergmonster
Da' was 't.
|